Adoro Te

A. Averkamp

'k Aanbidde U, groote God,

onschrijfbaar, onbeschreven,

en onbegrijpelijk, 't en zij alleen

van U, die al dat was, dat is, dat zijn zal, even

begrijpelijk omvat. Mij al te kleen

bekenne ik, om iets meer als enkel schaduw

van uw groot licht te zien;

maar, zie ik niet, ik rade U

aan 't werk dat Gij gedacht, gewild hebt en gedaan,

aan 't Godlijk speur, daar Gij

zijt in voorbijgegaan.