Herfst

A. Bonhomme

Zigeunerliedje.

De zangen zijn verruischt,

de storm is langs gevaren

de dennen zwijgen in verstild bedaren.

De gasten zijn gegaan,

de stemmen zijn verklonken,

de laatste droppel uit den beker is gedronken.

Als lijkwaden hangen de misten

om boomen in treurende risten;

de mossen dampen, de zwammen gisten.

Voorbij, voorbij

is de zomer voor mij!