Naar 't kribbeken des Heren
A. De Klerk
Naar 't kribbeken des Heeren
door nevel nacht en wind
zoo komen wij ter eeren
van 't Heilig Jesukind
wij komen Hem bezoeken
en zijn wij schaamle liên
het kindtjen in de doeken
toch elk een gifte biên.
Ik geef Hem eerst van allen
met kinderlijk gevoel
voor Zijnen voet gevallen
mijn herte voor nen stoel
mijn herte en 't zij daarbinnen
Hem alles toegewijd
in 't enden en beginnen
zoo nu zoo te allen tijd
Ik geef Hem mijne sprake
mijn zin en mijn gedacht
ik onderdanig make
aan Jesus' oppermacht
geen dag en zij verleden
geen nacht en breke er aan
dat Jesus ontevreden
van mij moet henengaan.
Ik geef Hem mijn twee handen
mijn leden groot en kleen
en te oneer schade of schande
en worde mij geen een
Met Jesus wil ik leven
en sterven welgezind
den Hemel moet ons geven
het Hemelsch Jesukind.