Bruiloftszang
A. Diepenbrock
Een schoon geheim met teedre schroom bewaard
En zacht gekoesterd in der ziele diepste grond
Heeft deze dag aan U geopenbaard,
Die tot U spreekt met vrome mond:
Gij weet wat Gij thans zult verliezen,
de blijde rust, de blanke onschuld der kinderlijke eenzaamheid:
Gij weet wat Gij voortaan tot lot zult kiezen:
Innige kuise gemeenzaamheid.
Gij staat voor Hymens lichte tempel,
Zijn gouden glans golft stralend om U heen,
En overschrijdt Gij thans de drempel,
Dan zijt Gij nimmer meer alleen,
Met ziel en lichaam eeuwig één.
Donkerder klank stijgt op in het feestgeluid,
Bange verwachting vult bruigom en bruid;
Vreugd' en onzekerheid,
Zeldzaam gemengd,
Tranen der dankbaarheid
Off'rend geplengd.
Wat blijde dag belooft
Schenkt U de nacht;
Zij ook heeft haar geheim
Mild en zacht.
In haar fluwelen pracht
Zult Gij begrijpen,
Hoe liefdes vruchten
wonderlijk rijpen.
Dit zij voortaan Uw leven,
Dit Uwer jaren lichtend spoor:
Uit 't geheim van dag en nacht geweven,
Winnend samen, wat elk één verloor.
Gij zijt nu en voor altijd
Door der liefde God gewijd;
Hij zal U geleiden!
Dit zij voortaan Uw leven,
Dit Uwer jaren lichtend spoor:
Uit 't geheim van dag en nacht geweven,
Samen winnend wat elk één verloor.
Gij zijt nu en voor altijd
Door der liefde God gewijd;
Hij zal U geleiden,
Hij zal U geleiden.