David

A. Kousemaker

Heft uwe stemmen omhoog,

laat klinken tot boven de wolken

blijde geschal, brengt Da-

vid den winnaar de kroone, bekroont hem,

herderen, zulk is de prijs

die David, de winnaar, verdiend heeft.

David, hij ging eenen leeuw,

hij sterker als leeuwen, te keere

ende, met brekende macht,

den muil hem verscheurende duwd'hij

onder zijn knien hem in 't zand,

waar hij uitbloedde en strekkende dood bleef.

Komt van te landewaard! Hier!

Prijst David en voert in den hemel

Davids klemmenden lof

met klemmende stem en gezangen!

Saul is koning in stad,

maar David is koning te lande!

Wild aan 't brieschen daar komt

er een beer van den Liban gekropen

landewaards; alles verschrikt,

zijn vreedheid wetende en elk vlucht:

David, hij 'n vlucht niet, hij slacht

hem: en of hij met bloedende muile

bromde, of hij reekte over hem

zijn scheurende klauwen, 't en hielp niet.

Wapen en had hij op hem,

noch spere noch schild, en hij sloeg hem,

met zijn' onwrikbaren arm,

met haamrende vuisten aan 't lijf, hij.

Handen en vuisten had hij,

en moed in zijn herte, en hij sloeg hem!

Beter is moed in het hert

als 't aldergeweldigste wapen!