Avond-stemming

A. Meulemans

Zooals daar ginds, aan stille blauwe lucht,

Zilveren-zacht, de half-ontloken maan

Bloeit als een vreemde bloesem zonder vrucht,

Wier bleeke bladen aan de kim vergaan,

Zóó zag ik eens, in wonder-zoet genucht,

Uw half-verhulde beelt'nis voor mij staan, -

Dán, met een zachten glimlach en een zucht,

Voor mijn verwonderde oogen ondergaan.

Ik heb u lief, als droomen in den nacht,

Die, na een eind'loos heil van éénen stond,

Bij de eerste schemering voor immer vloôn:

Als morgen-rood en bleeke sterren-pracht,

Iets liefs, dat men verloor en niet meer vond,

Als alles, wat héél ver is en héél schoon.