Liedje

A. Oomen

Er staat in mijn hart een boompje gegroeid,

De wortels zijn bloedig rood,

Maar de bloesems zijn, als het boompje bloeit,

Sneeuwwit langs de tengere loot.

`s Nachts droom ik van vogels en laaiend vuur

En hoor verward gekras,

Maar een lied rijst in het morgenuur

Als een feniks uit as.

En van de liefde verbleekt het rood

Tot de smetteloosheid van het kind --

Er is een zuiverheid van de dood

Die reeds in het leven begint.