Klaar bloed en louter wonden

A. Van der Horst

Klaar bloed en louter wonden

daar hangs Du, aan den hout,

gestraft voor mijne zonden,

gegalgd om mijne schoud:

om Dij zoo wille ik leven;

om Dij zoo wille ik lijen,

die 't lijf mij hebs gegeven

en 't sterven niet ontzien!