Een meiske zong bij 't oud spinet
A. Verhoeven
Een meisken zong bij ' t oud spinet,
een liedje lang verloren,
te luistren had ik mij gezet
om ' t liedeken te hooren.
Het meisje zong, en zangrig zacht
klonk trillend uit de snaren,
muziek, weemoedig, onverwacht,
die luistren doet en staren.
Wie zong mij ooit dat liedje voor,
bij ' t oud spinet als jongen?
' t is of ik nog dat zingen hoor
van wie het heeft gezongen,
Wie zong het in een zomernacht,
toen klaar de sterren blonken?
ik weet alleen dat zuiver-zacht,
het liedje heeft geklonken.
Het meisken zong bij ' t oud spinet
en wiegde weg en weder,
en sierlijk -net in ' t menuet
ging ' t hoofdjen op en neder.
Het meisken zong zoo edel- fijn
een dansje diep verborgen,
één schreef van liefde en zonneschijn
van Mei en van den morgen.