In den Nacht

A. Voormolen

Voor nachts sterreheldere geboden

Buigt der dagen wil_

Zuchten zouden dringen tot de goden:

Al is stil.

Onder witten hemelbloesem

Dagebrand

Stervende asch, bezonken droesem

In mijn hand...

God wat eenzaam-lange - zalig - bange

Weg is mijn,

Voor dit brandend hart te langen

Medicijn!

Eindelooze rij van lichten.

Wijst het pad_

Zal ziel immer gaan door stralende gedichten

Tot haar schat?