Veere

A. Voormolen

De molen maalde, als voor niemand,

de ebbe daalde als voor geen;

de sterke dijken lagen als voor niemand_

de wolken vaagden, als voor niemand, heen...

Wij zwegen moede, maar door niemand;

de woorden draalden, maar om geen,-

de dagen glansden, stralend als voor niemand_

de wereld praalde, maar was dood - alleen...