Minnelied
Adolf Wallnöfer
Heerlijk klinkt de vogelzang,
Als mijn lief, mijn leven,
Die mijn jeugdig hart innam,
Wandelt door de dreven.
Roder bloeien dal en wei,
Groener wordt de aarde
[Waar mijn lieve vrouw in mei
Lentebloemen gaarde.]
Zonder haar is alles dood,
Kwijnen bloem en kruiden;
En geen lenteavondrood
Kan mij vreugd bereiden.
Lieve, liefelijke vrouw,
Wil toch nooit meer weggaan;
Dat mijn hart, als deze gouw,
Moge blij in bloei staan!