Ik stond in duist're dromen
Alexander Winterberger
Ik stond in duist're dromen
En staarde naar haar beeld.
Toen heeft een heim'lijk leven
Dat lief gelaat omspeeld.
Een wonderlijke glimlach
Verscheen rondom haar mond
En haar betraande ogen
Verrieden een diepe wond.
Ook van mijn wangen liepen
In stromen tranen neer -
En ach, ik kan 't niet geloven:
Ik heb geen beminde meer.