Het schip
Antoine Oomen
De schipper:
Het water van de gracht is grijs
Als de ogen van de schemering --
Ik neurie steeds op eend're wijs:
Lieveling, lieveling --
De schippersmaat:
Ik die de witte zeilen hijs
Zit op het grote roer en zing --
Het leven is een vreemde reis,
Ons hart een donker ding --
De schippersvrouw:
Ik weet dat ik niet veilig reis
Als niet de witte vreemdeling
Voor de boot uit naar 't paradijs
Over het water ging...