Het vissersmeisje
August Daniel Ferdinand Victor Wilhelmj
Jij, mooi, lief vissersmeisje,
Breng
vlug de boot aan land;
Kom naar hier en ga toch zitten,
Wij kussen, hand in hand.
Leg aan mijn borst je hoofdje,
En wees maar niet al te bang;
De wilde zee vertrouw je
Daag'lijks toch uren lang!
Mijn hart is als dat water,
kent storm en eb en vloed;
en heel wat mooie parels
bewaart het diep en goed.