Nachtliedje uit "Lioba"

B. Dieren

Dat je gekomen bent, eindelijk! eindelijk!

Dat je je toch hebt bedacht!

'T werd ook te lang, en te bang, en te pijnelijk,

al dat gewacht.

Wou-je dan nimmer-meer hooren aan, hooren aan

woordekens voor jou alleen?

Moest al die teederte weder te loore gaan?

Waar moest die heen?

Mag ik noor altijddoor bij je zijn? bij je zijn?

Is het geen ongelijk groot

als wij in 't leven maar even gescheien zijn

of in den dood?