Wil een rhytmendansje

B. Tideman-Wijers

Wil een rhythmendansje, kind,

zingen, zingen, zingen,

zoo een dansje, luchtig-fijn,

laat dan alle dingen,

volg het waar het henen wil,

luister stil.

Langs het koren ruischt het waar

waaien, waaien, waaien

windezuchten, vluchtig-vlug,

aaien doen en aaien

gouden kopjes - dansensreê

leef het mee.

Door de bosschen luidt het licht,

klinken, klinken, klinken

doet het ál-en-overal,

rijzen al en zinken

en weer hoog omhoog - geniet

van het lied.

Juicht het in je zelf, mijn kind,

wil het rijzen, rijzen,

wil het zingen, zingen-uit

op zijn eigen wijze,

volg zijn edel-lichte spoor

altijd door.

Komt een rhythmendansje, luid,

lokken, lokken, lokken

zoo een dansje welbemind

dartel als de vlokken

van den witten wintertijd,

wees verblijd.

Rein je lied en rein je ziel

al je levensdagen,

blijer klinkt het, zingt het uit,

altijd komt het vragen,

volg het liedje, lieveling,

dans en zing.