Maanlicht

Bernard Zweers

Het maanlicht vult de zuivre heemlen

Met glanzende geheimenis,

De luisterblauw verten weemlen

Van Die alom en nergens is.

Alleen de groote zonnen hangen

Als feller kaarsen in dien schijn:

De ziel herdenkt heur lang verlangen

In nietsverlangend zaligzijn:

Alsof van achter diepe slippen

Haar doolend tasten eindlijk vond

Met hare warme blinden lippen

Nog lichter lust dan uwen mond.

Weg boven dood en leven zweven

Wij op in duizelhellen schrik:

O kort en onbegrensd beleven

Van eeuwigheid in oogenblik!...

Het maanlicht vult de zuivre heemlen

Met glanzende geheimenis,

De luisterblauwe verten weemlen

Van Die alom en nergens is.