Een windeke suist om mijn ooren
Bertha Frensel Wegener-Koopman
Een windeke suist om mijn ooren,
En streelt er mijn slapen zoo zacht,
En koelt mijn brandende oogen,
Die waakten den ganschen nacht.
Zoet windeke, ruisch door de luchten.
Tot dat ge mijn liev'ling ontmoet,
Dan brenge uw donzige adem
Hem streelend mijn droevigen groet.