Straks zong ik trotsche dingen

Bertha Frensel Wegener-Koopman

Straks zong ik trotsche dingen

Van menschen pracht en gloed,

Nu kan ik niets meer zingen,

Dan dat ik sterven moet.

O, éénmaal nog te weenen!

Als men gestorven is,

Dan gaan de menschen henen,

En meé de droefenis.

Dan lachen en dan praten,

Zij weder als van ouds

Vèr van de drukke straten,

Daar ligt alleen iets kouds.