Beeld van het H. Hert

C. D'Hooghe

Wat ziet, Gij, lieve Jezus,

mij, zondaar teeder aan,

als had ik in mijn leven.

U nimmer leed gedaan.

Zoet Hert van Jezus,

wees mijne zaligheid.

Hoe liefd'rijk wijst die vinger

op uw doorstoken borst.

't Is of Ge ons tegenfluistert

"Ik kwijn van liefdedorst."

Zoet Hert van Jezus,

wees mijne zaligheid.

Met doornenkrans omwonden,

met peerlen bloed bedauwd,

toont Gij uw minlijk herte,

om mijne schuld benauwd.

Zoet Hert van Jezus,

wees mijne zaligheid.

Ja, alles ademt liefde

wat hier is uitgedrukt.

Hoe zoet moet Gij dan wezen,

naar wien mijn hert verzucht.

Zoet Hert van Jezus,

wees mijne zaligheid.