Avondlied

C. Kee

Nu wazen weide en bouwland weg

In vrede aanminnig.

Een vogel op een dorenheg

Zingt droef en innig.

De zon drijft bevend boven 't land

In gouden nevel,

Zet elke ruit in rozebrand

Aan eiken gevel.

De klaterpopels buigen, zwart

Op gouden luchten.

Zij zoeken steun voor groote smart: -

Ik hoor ze zuchten.

En bruideblank op 't hemelgoud,

In stille tuinen,

Staan bloesemboomen, beurend stout

Beloftekruinen.

De linden geuren langs den weg,

Die liefdeboomen...

De vogel op den dorenheg,

Die zingt mijn droomen.