De gezondheid

C. Ruppe

Gezondheid is een groote schat,

Om vergenoegd te leven.

Ofschoon ik grooten rijkdom had,

Wat oordeel zou het geven,

Zoo ik, doorknaagd van angst en pijn,

Mij zelven tot een last moest zijn?

Maar zon ik dan mijns vaders raad

Niet ijverig betrachten?

En gulzigheid en overdaad

Niet mijden en verachten?

Die nooit genoeg heeft voor zijn mond,

Leeft zelden vroolijk en gezond.