Weenend woud
C. van Oosterzee
Het is zoo stil in 't weenend woud
geen zoet gefluit geen boomgesuis
een droeve stilte; alles rouwt
in 't zwijgend, groene, donkre huis
En altijd vallen tranen zacht
Heeft niet de nacht genoeg geschreid?
't Is of hier nooit het licht meer lacht;
een troostelooze oneindigheid!
Wijlt hier de treurnis voor altijd?
ging zomerzang voor altijd heen?
Geen antwoord dan die stille klacht
de tranen vallen, een voor een...