Het fluitlied van den herfst
C. Wildschut
Gij arme zwerver, ver van 't land der vaadren
En moe en zonder vrienden, vruchteloos
Verlangt gij naar uw lieve moedertaal.
Wel bloeit de zomer zoo verkwistend mild
Dat gij nog rijk schijnt. Ook de vogelzang
Klinkt als in 't verre vaderland vertrouwd.
Maar wee u als het fluitlied van den herfst:
Het sjirpen van de krekels schril uw oor treft,
Wanneer de stormwind door de wolken woelt!
Dan zult ge uw aangezicht in beide handen
Begraven en uw tranen zullen vloeien
En vol verlangen zal uw ziel zich wenden
Naar 't welbemind verloren vaderland.