O vogels op je schommelende tak

Carl Adolf Lorenz, Dr.

O vogels op je schommelende tak

Wat zijn jullie vrolijk en fris en vrij

met jullie trillende morgenkoren

Het wordt me vreemd te moede

als ik het hier beneden hoor.

Eventjes sluip ik naar buiten

in jullie vrolijke zomerhuis

en voel me beklagenswaardig

jullie leven er maar dag en nacht

op los.

Jullie zoeken het groene bladerdak

de wazige weiden, de beekjes

jullie ontvluchten stad en muur

en laten de mensen zuchten

in hun vogelkooi.