In de herfst

Carl Banck

Droef is de herfst

en als de bladen zijgen,

daalt ook het hart

al wee roepende af.

Stil is het veld,

en naar het zuiden neigen

de zangers stom

als naar het graf.

Bleek is de dag,

en weke nevels zwieren

om zon en hart een ijl gordijn.

Vroeg komt de nacht:

zij laat de teugels vieren

en diep verscholen rust het Zijn.

Vol schiet de mens.

Nu hij de zon ziet dalen,

weet hij hoe t leven

als het jaar vervliet.

Nat wordt zijn oog,

maar de tranen verhalen

waar in grote vreugd

het hart van geniet.