Mijn God is enkel gloed en donkerheid

D. Lange

Mijn God is enkel gloed en donkerheid,

Schoon om te zien, - een wonder te verstaan; -

Daar is niet één als Hij, - doch 'k zie u aan,

En waan dat gij Hem-zelf zijt.

En dus heb ik mijn ziel u toegewijd,

Opdat ze in uw gloed mocht vergaan;

En stil verteren, zonder klacht, voldaan

Met zulk een liefde en zulk een éénigheid.

Zoals twee vlammen spelen in de nacht,

En nijgen naar elkaar met bleker gloor,

En trillen sneller in elkanders gloed, -

Tot bei opvlammend in de lucht, in 't zoet

Verenen beven, - dan, de nanacht door,

Brandt één grote vlam, in kalme pracht.