Een jonge dichter denkt aan zijne geliefde
D. Ruyneman
De maan gaat stijgen, een verliefde droomster
Om uit te rusten in het nachteblauw.
Een teed're windvlaag kust den blanken spiegel
Des vijvers, die melodisch zich beweegt.
O schoone klank, als twee dingen zich mengen,
Die tot zich te vereen'gen zijn geschapen.
Ach, wat tot zich vereen'gen is geschapen
Vereent zich zelden op de donkere aarde.