Pastoreelken

E. Potjes

Dit pastoreelken wilde ik nog zingen

van roekedekoeënde, sneeuwwitte duiven.

Met rond hun halsken purpere ringen

trippeltrapten zij tusschen mijn' druiven.

Fier liet Heer Doffer den pauwstaert wuiven,

naar 't wijfken zag ik hem heimlik dringen... -

- Dit pastoreelken wilde ik nog zingen

van roekedekoënde, sneeuwwitte duiven!

Hoog zwelt hem de krop; de veeren struiven

omhoog, en beurtelings kleppen de zwingen...

- Pas trekkebekten de lievelingen

toen 't loof zijn' sluier er vóor kwam schuiven...

- Dit pastoreelken wilde ik nog zingen!