Studentenlied
E. Tinel
Noordzee die ons kust bespoelt,
Beekjes door ons weiden dartlend,
Vooglen die in 't bosch krioelt,
Vischjes bont in 't zonlicht spartlend,
Steekt uw zang en vreugde bij;
Belgie's zonen, heft de stemme,
Klinke in zegeharmonij
Over stad en gouw met klemme:
Vlaandren, Walenland, één land,
Zij aan zij en hand in hand;
Zingt wie 't hert u beiden voedt:
Alma Mater, wees gegroet!
Midden zee, met vuurgen top,
Staat een baak in 't wilde weder;
Springt de golf de muren op,
Tweemaal ploft zij duizlig neder,
En herglanst 't aloude kruis,
Trouw aan God en kerkbelangen,
Wijl het boven 't Reddingshuis
Dreunt in grootsche koorgezangen;
Immer vast gelijk een rots,
Blinkt ten top ons leuze, trots
Vreemde dwinglandspolitiek:
Alma Mater katholiek!
Koningin met eedlen stoet
Van een aantal gulden namen,
Die elke eeuw aanbiddend groet
En vooruitstuwt op haar Fame:
Niets heeft Leuvens Hoogeschool
Heden van haar roem verloren:
Wat de wereld woele en dool',
In ons hert blijft het gezworen:
Nooit, nooit taant uw glorieglans,
Stijg' hij voort ten hemeltrans
Uit uw schitterende kroon:
Alma Mater, groot en schoon!
Vijftig jaren vlogen heen,
Sinds in schitterend gewemel
't Vrijheidsvaandel weêr verscheen
Onder d'onbewolkten hemel;
Nu, o Moeder, rijst gij fier,
't Oog op 't glorie vol verleden,
In de hand Gods kruisbanier,
Steunend op het kroost van heden.
Juicht en hoopt, en juicht weêrom.
Galme 't stad en wereld om,
Onafzienbre zonenrij:
Leuvens Hoogesehool is vrij!