Vridag
E. Tinel
o Vrijdag, die den mensch gemaakt
ons voorhoudt, in de bladen
van Gods eerweerde daden,
als kind van stof en aarde, en iet
dat Gods aanbidlijk wezen ziet:
zij God in u geprezen
en Zijn almachtig wezen!
o Vrijdag, die het kruis geplant,
die zaagt het heilig stroomen
eens, aan den boom der boomen,
van Jesu Bloed, dat Adams ras
en schuldig bloed genezend was:
zij God in u geprezen
en Zijn bermhertig wezen!
o Vrijdag, goede Vrijdag, eens
zag Brugge uw' zonne dagen,
door listen en door lagen
van slavernij en vreemd geweld
benauwd, gekrenkt, omneêrgeveld;
maar eer zij was volrezen,
vrij, Brugge, mocht gij wezen!
Vrij, Brugge, waart ge, en vrij voortaan,
door Breydel en de Coninc;
in 's Vlamings vrije woning
blijft nog door 't Vlaamsche volk gevierd
de dag als hem verlossing wierd,
en als het vrij mocht wezen,
door 's Heeren Bloed geprezen!