Dri Vogeltjes

Eduard Lassen

Te paard ging ik vol hartstocht

dwars door 't groene woud

waarin ik hoorde zingen

drie vogeltjes fraai gebouwd.

Maar 't zijn niet drie vogeltjes

het zijn drie meisjes fijn

wordt één niet gauw het mijne

dan doet mij 't leven pijn.

Katrientje heet de één

de tweede Marileen

en naamloos loopt de derde

al met de jager heen.

Hij neemt haar blanke handen

en voert haar dan gezwind

tot waar de bomen wijken

en hij een hutje vindt.