Brem, groene Brem...

(Edward) Benjamin Britten

Er woonde een man ergens diep in 't bos

voor de kost sneed hij Brem, groene Brem...

Hij had maar een zoon, 'n nietsnut gewoon...

die lag in z'n bed heel de dag, heel de dag...

De man, op 'n morgen, werd wakker vol zorgen...

de fik gaat er in, verhief hij z'n stem, luide stem...

als zijn John nu niet opstaat en eind'lijk op weg gaat

naar 't bos om te snijden de Brem, groene Brem...

Dus John uit de veren, en gleed in z'n kleren

en naar het bos om te snijden de Brem, groene Brem...

Met z'n messen geslepen, klaar lukte 't hem zowaar

te snijden een bundel met Brem, groene Brem...

Zo passeerde die Johnny 't huis van een deftige dame..

liep langs de statige ramen, van die deftige dame,

die riep naar haar meid: "Zeg breng hem naar mij,

breng me dat jong met de Brem, groene Brem... hé, breng me dat jong!"...

Zo kwam Johnny in 't huis van de dame,

hij stond in 't boudoir van de dame, de deftige dame...

"Johnny, jongen", zei ze, "Wil jij je baan eraan geven

en trouwen met 'n dame in de bloei van d'r leven?"....

Johnny vond 't wel best, in de kerk ging de rest...

Hij trouwde de dame in de bloei van haar leven:

En op markten en feesten, daar weten de meesten:

er gaat niets boven dat joch; met z'n Brem, groene Brem...