Verlangen

F. Chapiro

De avond ruischt door de akkerlanden

En draagt met eenen zoeten zucht

Uit mijne warme stille handen

De geuren naar de verre lucht,

Naar - naar ik weet niet wat

De avondwind begint te waaien,

Ik voel hem aan mijn lijf, mijn haar,

De fluisterende boomen zwaaien

En buigen al maar samen naar -

Naar ik - ik weet niet wat.

De avond waait aan mijne wangen -

Ik bijt de kleine bloemen stuk,

En voel een nameloos verlangen

Naar 'n vrucht - een vrouw - naar 'n groot geluk,

Naar - God ik weet niet wat!