Dat zijn de wilde violen

F. D'Haeyer

Dat zijn de wilde violen,

zij klagen zoo woest door het woud,

dat zijn de wilde violen,

zij maken mijn harte zoo oud.

Zij klagen mij alle de nachten,

breed-stormend weer zwelt hun gezang,

zij klagen mij alle de nachten,

zij maken mijn harte zoo bang.

Dat zijn de wilde violen

der geesten van woud en van lucht,

dat zijn de wilde violen,

ik luister in 't duister en zucht.