Lichtkind
F. Kloek
Vrij, vrij, en gij, schoon kind, zijt god'lijk waar
en doet uw licht diep in mijn harte stroomen,
dat beeft van eerbied; zag ik ooit in droomen
een kind zoo schoon, zoo min'lijk en zoo klaar?
En wijkt niet, als gij komt, alle gevaar,
wordt alle last niet van mij weggenomen,
wat is mij lief, dat wachten op uw komen,
wanneer ik luistrend leef en luistrend staar.
Ik ben zoo sterk, daar ik uw beeld mag dragen,
licht in mijn ziel, in menig schoon tafreel,
zoo dierbaar mij, dat schromend ik gewage
Van àl dat heil, maar een in mij zegt: speel,
en eer, al zingend, haar, die is geboren
tot hoogen staat, lichtkind door God verkoren