Wees stil en zacht
F. Kloek
Wees stil en zacht en kom vóór ' t open raam,
' t riviertje ruischt en glijdt voorbij de steenen
aan onzen voet, door ' t manelicht beschenen,
kom, liefste kom, en geef mij d'ouden naam.
Zóó, hand in hand, genieten wij tezaam,
en weten weer dat wonderschoon vereenen
van ziel met ziel, de droefenis is henen,
kom, liefste kom, en geef mij d'ouden naam.
Gij leeft en hebt mij lief, en in de lucht
blinken de sterren als uw oogen schoon,
één weg van licht, dat tintelt heinde en veer.
Ziet, verre sterren, vriendlijk op haar neer,
die spreiden zal een leger in mijn woon,
waar rusten zal, die niet het leven ducht.