O! Zonne

F. Michielsens

o Heerlijk handgedaad

van hoogst eerweerde handen,

o zonne, ziende alom,

doorpeilende alle landen;

doorwerkende, alderfijnst,

de fijnste wasdomwanden,

met leven, licht en groei!

Gegroet zijt mij, wanneer

ge, ontpriemende in den morgen,

het menschdom waken doet,

in blijdschap en in zorgen;

of zendt, alwaar gij zinkt

in peerschen doom geborgen,

uw' laatsten avondgloei!

o Diepheid, ongekend;

o rijkheid, onbeschreven;

o wondere weldaadbron,

o schoot, nooit uitgegeven;

vol levenwekkend licht,

vol lichtontwekkend leven,

vol lijf- en zielsgenot!

'k Aanbade u, waart gij niet,

zoo ik en mijns gelijken,

't zij sterren, die 'k alom

zie aan den hemel prijken;

't zij vogel, vissche of dier,

die land en zee berijken;

een' enkele blom van God!