In de eik die met bladen

F. Van der Stucken

In de eik die met bladen

Haar venster omringt

Een vogelijn springt;

Zij wenschte zoo lang

En zoo gaarne te raden

waar't kweelend van zingt.

Wat staat gij en luistert

met heimlijk verdriet

naar 't slepende lied?

Ik heb het zoo vaak

in u ooren gefluisterd

En weet gij't nog niet?