Laat groeien
F. Van der Stucken
Laat groeien, wat daar groeien wil,
al te angstig liefje mijn!
Laat bloeien, al wat daar bloeien wil:
dat kan geen zonde zijn.
Door God gezaaid is wel gezaaid!
Ondankbaar, wie de vrucht niet maait,
rijp in Zijn zonneschijn,
dat kan geen zonde zijn!
Laat springen, wat als bronnen springt,
al te angstig liefje mijn!
Laat zingen, wat van wonne zingt,
uw hart als't vogellijn:
dat kan geen zonde zijn!
En is uw hart van God geraakt,
laat branden, blaken wat er blaakt,
rijp in Zijn zonneschijn,
dat kan geen zonde zijn!