Moederdroom

F. Van der Stucken

De moeder bidt zoo hartlijk

En staart verrukt op den sluimrenden kleinen.

Hij rust in zijn wiegje zoo stil, zoo zoet:

Hij wordt een engel op aarde.

Zij kust hem, omarmt hem, zij heeft weldra

De smarten der aarde vergeten;

Zij zweeft in de toekomst, met vroomen droom

Zoo bidden harten der moeders!

De raaf terwijl met haar zwart gebroed

Krast buiten aan 't venster de wijze:

Dijn engel, dijn engel zal d'onze zijn!

Ons dient de roover ten spijze.