Requiem
F. Van der Stucken
Ik stichtte u lieveken, in mijn hart
Een outer onder gezangen,
Met menig zoete erinnering
Als met exvotos behangen.
Zoo glanst het in't duistre van mijn gemoed
Van licht en gloed en stralen,
Als van goud en zilver d'altaren
In de sombere kathedralen.
En duizend gedachten stijgen er
uit het verleden als wierookwalmen,
Dan suist een half vergeten lied
In lange, treurige galmen.
Uw beeld het prijkt er, mijn liefste kind
Door zwarte sluiers verborgen;
En ik zing, voor het heiligdom
Requiem avond en morgen.