Ziet gij de Zee?

F. Van der Stucken

Ziet gij de zee? Hoe glanst in haren vloed

Der zonne pracht!

Doch in haar diepte waar de paerel rust,

Is't duistre nacht.

De zee ben ik! In fiere baren rolt

Mijn wilde geest,

En zoete liedren strooien zonnengloed

Daarover heen.

Het tintelt vaak van heimnisvollen lust

Van liefde en lach;

Doch zwijgend bloedt steeds in mijn kranke borst

Mijn treurig hart!