Lentegroen

F. Van Nimwegen

Hoe lief is, op het donker blauw

der zwanger gaande wolken,

die donderduwen dreigen dra,

het lieve lentegroen,

daar schielijk, uit de zuiderlucht,

de middendaagsche dolken

der zonne 't lustig meievier

een deuntje op dansen doen!

't Is groen, dat diepe in 't blauwe bijt,

zoo hel en zoo doorschijnend,

of schier het uit den regenboog

geboren ware; en blauw,

dat dieper nog als hemelsch blauw

des avonds is, verdwijnend

in 't zwanger gaande duister van

de wolken, gram en grauw.

De zonne loopt daar smijten in

heur middendaagsche dolken,

die speiten zoo geweldig op

het lieve lentegroen,

dat 't pinkelt en dat 't pierelt op

de blauwheid van de wolken,

die, zwanger gaande, dreigen dra

nen donderduw te doen.