Dri Vogeltjes
Felix von Woyrsch
Te paard ging ik vol hartstocht
dwars door 't groene woud
waarin ik hoorde zingen
drie vogeltjes fraai gebouwd.
Maar 't zijn niet drie vogeltjes
het zijn drie meisjes fijn
wordt één niet gauw het mijne
dan doet mij 't leven pijn.
Katrientje heet de één
de tweede Marileen
en naamloos loopt de derde
al met de jager heen.
Hij neemt haar blanke handen
en voert haar dan gezwind
tot waar de bomen wijken
en hij een hutje vindt.