Nevelvrouw

G. Koop

Als de nevelvrouw daalt van der heuvelen top

en naderzweeft tot de hei,

speelt dan niet langer, maar komt in galop,

kindren, de dag is voorbij.

Als de nevelvrouw nadert in wolken, vaal-grijs,

waar door geen sterren gij ziet,

dan zingt zij, al prevelend wijs na wijs,

heur vreemd- schoon tooverlied.

Als de nevelvrouw toeft bij den donkeren poel,

vleien haar woorden zoo zacht,

gij wilt naar uw woning, maar mist uw doel,

en geen verstaat uw klacht.

Als de nevelvrouw rijst en weer daalt en danst,

zwiert gij mede in haar rei

gij danst en moet dansen tot de uchtend weer glanst

en de doem van den nacht is voorbij.

Zij vliedt al bleeker in nevelen heen,

als rooder de lucht wordt en rood,

dan kunt gij niet wijken, maar zinkt inéén,

dàn kust u zacht de dood.

Als de nevelvrouw daalt van der heuvelen top

en naderzweeft tot de hei,

speelt dan niet langer maar komt in galop,

kindren, de nacht is nabij.