Lentewind

G. Rijken

O lentewind! o hemelkind!

Doe open hemels poort gezwind,

Zweef blij door 't blauw van de aetherzee

En breng mijn ziel uw vrede mee.

Daal àf de trap van louter goud,

Door broeder Zonneschijn gebouwd

En zing in 't suizend lenteloof

't Herlevingslied van stroof tot stroof.

Een groenen hemel lijkt het veld,

Bestarnd met bloemen ongeteld.

O dans er, dronken van den wijn,

Dien schenkt uw broeder Zonneschijn.

Kus open alle knoppen zacht,

Die sluimren stil in donzen vacht,

Besneeuw met bloesem elken rank,

Geef 't vogellied zijn lenteklank.

Blaas bol uw rozewangen bei,

Laat schettren over land en wei,

Laat schettren over bosch en tuin,

O Meiheraut! uw vreugdbazuin.

O lentewind! o levenswind!

Mijn ziel is ook een hemelkind.

In d'engen kerker levensmoe,

Wil ze altoos recht ten hemel toe.

O lentewind! o vlinderwind!

Volbreng op aarde uw plicht gezwind

En, zweeft ge weer door de aetherzee,

O neem mijn ziel ten hemel mee!