Bij het graf van mijn vader

Georg Jitschin

Vrede dale op deze grafsteen neer!

Gods genadige vrede!

Ach, ze hebben een rechtschapen man begraven,

Maar mij was hij meer;

Schonk mij niets dan zegen, nimmer leed,

Als een ster die mij behoedde!

En ik kan hem niet vergoeden

Wat hij voor mij deed.

Hij ontsliep, zij brachten hem hier heen.

Zachte, zoete troost van God gegeven

En de wierook van het eeuwig leven

Zweeft om zijn gebeent',

Tot hem Jezus Christus, onze Heer,

Vriend'lijk, vriend'lijk op zal wekken.

Ach, ze hebben hem begraven,

Een rechtschapen man begraven,

Maar mij was hij meer.