De veertien stonden
H. Andriessen
Magdalena, en de heilige vrouwen:
Waar gaat Hij heen, dien 't herte mijn
bemint? In welke handen,
gevallen, moet Hij leed en pijn
gedoogend en verdragend zijn,
o schand der schanden?
Gebonden zie 'k Hem henengaan,
gevonnist en verwezen aan
den galgeboom te sterven!
o Gij, die God zijt, laat Gij nu
Uw' kinderen onterven
van 't hemelsch licht? - Wij volgen U,
want, daar Gij gaat en zal, gewis,
bedriegen ons de duisternis.